|
|
Het was een lange winter maar we hebben goed gewerkt voor het haardvuur.
De kelder en de serre zijn nu leeg, ’t wordt tijd om weer eens buiten te komen.
Samen met Machteld Robbens ben ik van in de zomer al beginnen werken aan
vertalingen van mijn favoriete songs of chansons van de voorbije 21 jaar,
van de voorbije 15 cd’s,.van the Dirt naar gisteren.
We hebben er zo’n vijfentwintig aangepakt en de helft daarvan komt nu
op mijn eerste Nederlanstalige cd: Lila Cortina.
Lila Cortina is de vertaling van de song Night Nurse maar dat lied raakte uiteindelijk niet op de cd.
Ik vond het wel een schone naam voor de hele plaat, dus die mocht blijven.
Pim De Wolf, ken je die nog? De gitarist van the Dirt ja.
In 2008 heeft hij 15 jaar na the Dirt wel al mijn vorige cd Ça va mon ami gemixt,
maar nu heeft hij ook gitaar gespeeld op de meeste nummers van Lila Cortina.
De cirkel is rond, enfin, de cirkel was altijd rond, maar toch, dit is wel een mooi moment en het was genieten van zijn kunnen.
Pim zit met zijn gitaar in de speaker rechts.
In de speaker links zit Bruno Deneckere op zijn eigen specifieke manier een beetje geniaal te pingelen.
Alle gitaren zijn gespeeld op Fender Bandmaster versterker
Pim speelt op een cheapy (‘k weet zelfs niet welk merk, maar het is zijn lievelingsgitaar)
en Bruno op een Guild Starfire uit 1962. Die Guild kreeg ik als trouwcadeau in 1994 in de Chelsea Second Hand Guitarshop in New York.
Ze hing aan een ijzeren spil, met een ijzerdraad rond een stemsleutel tussen wel honderd andere oude gitaren,
als hespen in een beenhouwerij in de jaren zeventig. Ik wou wel tien van die hespen maar het werd dus een Starfire.
Het zou een gitaar zijn die van bij The O’Jays komt, een legendarische Amerikaanse soulband uit de jaren ‘60 en ’70.
In het Chelsea Hotel ernaast ben ik slechts even gaan rondneuzen ( my creditcard had no golden looks) op zoek naar relikwieën van mijn helden,
maar die zaten allemaal veilig achter glas, als in een museum.
Oh ja, terug naar Lila Cortina.
Op bas en contrabas hoor je Mario Vermandel, een vriend van vele cd’s tesamen,
en hij bracht op drums een jonge gast mee, euh pardon, een ouwe rot in het vak, den Tony Gyselinck.
Mario en Tony spelen al jaren samen in vele jazzprojecten en zijn in bijberoep een komisch duo.
Greet Van Cromphaut, die me op café (waar anders?) vertelde dat ze goesting had om te zingen,
zingt met me mee op Melkwitte morgen, en daar mogen we beide fier over zijn.
Bart Maris en Nils De Caster hebben we bij gebrek aan budget (in de studio betekent dat vooral tijd)
maar op een beperkt aantal liedjes kunnen laten meespelen maar ze zetten hun stempel op de juiste plek, ik had niet anders verwacht.
Iemand die al sedert 1993 zonder een woord of een noot teveel, aan mijn zijde staat, is Yves Meersschaert.
Ik heb van niemand meer geleerd dan van hem, ik hoop dat we nog niet eens halfweg zijn Yves, merci.
Derek |